José Luis Figuereo Franco, beter bekend als El Barrio, werd geboren in de wijk (el barrio) Santa María, in Cádiz. El Barrio is een dichter, een soort Sabina, maar dan van de flamenco. Zijn teksten zijn in tegenstelling tot de traditionele flamenco, eerder stedelijk dan landelijk.
De bijzondere sound van El Barrio is doorspekt met Flamenco ritmes en het Spaans van het diep Zuiden. Hij plaatst de flamenco in een eigentijdse context waardoor hij regelmatig in de top "cuarenta" staat, zie hieronder Crónicas de una loca:
Ni locura, ni enfermos mentales hay personas que para curarse van de la mano de algún matasanos medicando las duras verdades… La encontré con la mirada nublá no atendía a mi interés parecía de cristal, la encontré sin ganitas de vivir maldiciendo al destino que la dejo postrada allí Canta y no llores y que cantando vas alejando tus temores. Canta y no llores que cantando duelen menos los dolores. La vi sentada en un viejo rincón de aquel patio solitario de un manicomio el duro viento de un invierno gris mecía su pelo como las locas, todo los días se ponía el mismo vestido que uno de sus hijos le compró hace años Mano derecha guardaba una rosa, deshojada y fría como las rocas pintaba cuadros, siempre tuvo el mar como referencia y motivaciones tenía en sus ojos ese brillo gris que te da una vida de un par de cojones. Cogió mi mano me miró de frente e indirectamente me dijo al oído sientate a mi lado, cierra los ojos y siente como indiferente pasa el olvido. La encontré y me habló de soledad no creía en el amor, era la infelicidad. La encontré y se reía sin querer de los hombres que seguían la doctrina de un querer A paso lento me llevaste amor cogido de tu mano hasta el dormitorio ilusionada te dio por jugar con una vieja casa llena de muñecas un libro viejo guardaba poemas que alguién titulo: Soy un triste abalorio. Su piel era arrugada como una maceta que el tiempo privó de que floreciera… La encontré con la mirada nublá no atendía a mi interés parecía de cristal, la encontré sin ganitas de vivir maldiciendo al destino que la dejo postrada allí | Het is geen waanzin, noch zijn het geesteszieken maar er zijn mensen die zich om weer beter te worden aan het handje laten nemen door een of andere kwakzalver die ze de harde waarheid voorschrijft… Ik kwam haar tegen met vertroebelde blik mijn interesse viel haar niet op ze leek wel van glas, ik kwam haar tegen zonder levensvreugde haar lot vervloekend dat haar daar terneergeslagen had achtergelaten Zing en huil niet want al zingende houd je je angsten uit de buurt. Zing en huil niet want al zingende doet je pijn minder pijn. Ik zag haar zitten in een oude hoek op die verlaten binnenplaats van een gekkenhuis de harde wind van een grijze winter schommelde haar haren als gekke vrouwen, elke dag trok ze dezelfde jurk aan die een van haar kinderen jaren geleden ooit voor haar gekocht had In haar rechterhand hield ze een roos, ontbladerd en koud als de rotsen ze schilderde doeken, altijd had ze de zee als referentiepunt en motivatie in haar ogen had ze die grijze glans die je een kloteleven geeft. Ze pakte mijn hand en keek me recht aan en indirect zei ze in mijn oor kom naast me zitten, doe je ogen dicht en voel hoe onverschillig de vergetelheid voorbij gaat. Ik kwam haar tegen en ze sprak met me over eenzaamheid ze geloofde niet in liefde, die bracht alleen maar ongelukkigheid. Ik kwam haar tegen en ze lachte zonder het te willen om de mannen die de doctrine van de liefde volgden Langzaam bracht je me, schat aan jouw hand tot in de slaapzaal blij begon je te spelen met een oud huis vol poppen een oud boek bewaarde gedichten waar iemand de volgende titel aan gaf: Ik ben een trieste kralensnoer. Haar huid was gerimpeld als een bloempot waarvan de tijd de bloei afgenomen heeft… Ik kwam haar tegen met vertroebelde blik mijn interesse viel haar niet op ze leek wel van glas, ik kwam haar tegen zonder levensvreugde haar lot vervloekend dat haar daar terneergeslagen had achtergelaten |