Herdenkingslied van la Oreja over de aanslagen in Madrid, donderdag 11 maart 2004. Een van de eerste nummers met de nieuwe zangeres. De tekst lijkt uit het perspectief van een tienermeisje en geeft pas op het laatst de tragedie bloot. Onder de vertaling nog een live-versie.
Si fuera más guapa y un poco más lista si fuera especial si fuera de revista tendría el valor de cruzar el vagón y preguntarte quién eres. Te sientas enfrente y ni te imaginas que llevo por ti mi falda más bonita y al verte lanzar un bostezo al cristal se inundan mis pupilas. Y de pronto me miras te miro y suspiras yo cierro los ojos tú apartas la vista apenas respiro me hago pequeñita y me pongo a temblar. Y así pasan los días de lunes a viernes como las golondrinas del poema de Bécqer y de estación a estación en frente tú y yo va y viene el silencio. Y de pronto me miras te miro y suspiras Yo cierro los ojos tú apartas la vista Apenas respiro me hago pequeñita Y me pongo a temblar Y entonces ocurre despiertan mis labios pronuncian tu nombre tartamudeando supongo que piensas qué chica más tonta y me quiero morir. Pero el tiempo se para y te acercas diciendo yo aún no te conozco y ya te echaba de menos cada mañana rechazo el directo y elijo este tren. Y ya estamos llegando mi vida ha cambiado un día especial este 11 de marzo me tomas la mano llegamos a un túnel que apaga la luz. Te encuentro la cara gracias a mis manos me vuelvo valiente y te beso en los labios dices que me quieres y yo te regalo el último soplo de mi corazón | Was ik maar wat mooier en een beetje meer bijdehand was ik maar speciaal, en stond ik ook maar in een blad dan zou ik de coupé wel durven over te steken om jou te vragen wie je bent. Je gaat tegenover me zitten en hebt niet eens door dat ik voor jou mijn mooiste rok aan heb, en als ik je tegen het glas aan zie geeuwen lopen mijn pupillen over. Opeens kijk je me aan, ik kijk en jij zucht, ik sluit mijn ogen, jij wendt je blik af, ik kan nauwelijks ademhalen en maak me klein en begin te trillen. En zo gaan de dagen voorbij van maandag tot vrijdag, zoals de zwaluwen uit het gedicht van Bécqer En van station tot station zitten we tegenover elkaar en gaat en komt de stilte. Opeens kijk je me aan, ik kijk en jij zucht, ik sluit mijn ogen, jij wendt je blik af, ik kan nauwelijks ademhalen en maak me klein en begin te trillen. En dan gebeurt het, mijn lippen worden wakker stotterend spreken ze jouw naam uit Je zult wel denken wat een gek meisje en ik wil sterven. Maar de tijd blijft stil staan en je komt naar me toe en zegt: ik heb je gemist ook al ken ik je niet eens elke ochtend laat ik de intercity schieten en kies ik voor deze trein. We komen al aan en mijn leven is veranderd wat een bijzondere dag deze 11e maart Je neemt mijn hand, we gaan een tunnel in waardoor het licht gaat uit. Dankzij mijn handen vind ik jouw gezicht ik word dapper en kus je lippen je zegt dat je van me houdt en ik schenk je het laatste zuchtje van mijn hart |
0 reacties:
Een reactie plaatsen
Bedankt voor je reactie!
René